Maandelijks archief oktober 2021

Naar één woonmaatschappij in Deinze.

Woonmaatschappij

De Vlaamse Regering gaf de opdracht om een woonmaatschappij op te richten. De eerste stap hierin is om een werkingsgebied af te bakenen en de stemmen te verdelen. Dat is wat vandaag voorligt. In dit ganse dossier is voor ons de belangrijke uitdaging dat de sector antwoorden moet kunnen blijven bieden voor mensen met de grootste woonnood en dat huurders zo weinig mogelijk hinder ondervinden van de fusie en overdracht van het bestaande sociaal woonaanbod.

Grootte van het werkingsgebied

Merelbeke nam het initiatief om tot dit werkingsgebied te komen. Voor Deinze is dit wellicht een logische keuze. Toch drong onze stad, ondanks het feit dat we met dit werkingsgebied ruimschoots de 1000 woningen overschrijden, nog aan op een uitbreiding van het werkingsgebied met Wetteren, Lochristi, Laarne en Wachtebeke.  Wat was hiervoor de motivatie?

Onderzoek van het steunpunt wonen over de organisatie van sociale verhuurders besloot immers niet dat grotere organisaties kostenefficiënter zijn.

Fusie van sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren

De sociale huisvestingsmaatschappijen en sociale verhuurkantoren evolueren samen naar de woonmaatschappij. Hierover worden in de afsprakennota, terecht, door verschillende actoren een aantal kritische kanttekeningen gemaakt.  Ook het SVK Domus Donza vindt het belangrijk dat de methodieken van het sociaal verhuurkantoor een plaats krijgen in de werking van de nieuw op te richten woonmaatschappij.  In het lokaal woonoverleg werd hier aandacht voor gevraagd en dat is goed. Al doen we het verhoudingsgewijs niet zo goed met ons aandeel SVK woningen 

Een vraag naar structureel behoud van de SVK methodiek houdt per definitie ook een vraag in naar samenwerking met andere welzijnsvoorzieningen en een voldoende aantal woningen om mensen op korte termijn te kunnen voorzien van een huisvesting.

Er is ook veel onrust bij SVK medewerkers, zowel over het behoud van de methodiek, als de eigen plaats van het SVK in de toekomstige woonmaatschappij.

Woonaanbod

Het is van essentieel belang dat het bestaande sociaal woonaanbod en sociale huurders maximaal gevrijwaard worden en dat er geen  vertraging komt bij de geplande en vereiste realisatie van bijkomende sociale woningen.  Het is belangrijk om voldoende tijd en energie te steken in deze fusieoperatie, maar het kan de groei en renovatie van het sociaal huurpatrimonium niet doen stilvallen.

Habitare wijst in het bovenlokaal woonoverleg  terecht op de verantwoordelijkheid van de gemeenten om hun sociaal objectief te behalen. Op dat vlak is Deinze niet de beste leerling van de klas. Veel van de participerende gemeenten hebben het bindend sociaal objectief al gehaald. (Bestaat er een reëel risico’s dat bepaalde gemeenten hun BSO niet meer halen als SHMs actief over verschillende gemeenten opgeknipt worden?)

Bijzondere doelgroepen

Zullen bijzondere doelgroepen ook werkelijk voldoende woonantwoorden vinden?

Woonnood is niet langer een prioritair criterium, het puntensysteem van het SVK wordt afgeschaft. Waardoor uiterst kwetsbare woningzoekers minder toewijzingen zullen krijgen. Dit gaat over alleenstaanden of gezinnen die minder zullen doorstromen uit crisis-huisvesting of nachtopvang, die niet herhuisvest kunnen worden uit ongeschikte of onbewoonbare woningen..

Hoe bewaken we dat mensen met acute woonnood ook een oplossing vinden? Wordt er bijvoorbeeld nagedacht over minimum quota voor toewijzingen aan kandidaat-huurders met de hoogste woonnood. Voorlopig is er enkel een maximum quota (5-10%).

Voor het hele sociale huurpatrimonium geldt de absolute voorrangsregel van lokale binding, wat minimaal inhoudt dat een kandidaat-huurder de laatste tien jaar voor de toewijzing minstens vijf jaar onafgebroken in de gemeente heeft gewoond. Lokale binding kan daar een deel van zijn, zolang dit niet de overhand neemt, en dus woonnood en inkomen nog steeds de doorslaggevende factor blijven (want die indicatoren geven aan hoe dringend een kandidaat een sociale woning nodig heeft).  Toewijzen volgens chronologische volgorde is in strijd met het toewijzen aan de meest woonbehoeftigen.  Precies omdat veel mensen in een systeem met enkel chronologische wachtlijsten uit de boot vielen, werden in de jaren tachtig de SVK’s opgericht. De SVK’s kunnen dus worden gezien als een spoeddienst voor de meest dringende situaties en zijn zo een belangrijke aanvulling op de sociale huisvestingsmaatschappijen die wel chronologische wachtlijsten hanteren.

De Vlaamse regering wil dat een huurder een onafgebroken binding met een gemeente van vijf jaar heeft in een periode van tien jaar. Maar mensen in armoede verhuizen vaker. Zij zullen in de crisisopvangcentra en op de private huurmarkt terecht komen. Blijft voor de lokale binding de gemeente van toepassing of wordt dat de regio?

We hopen dat dergelijke principes nog terugkomen naar de gemeenteraad en dat deze via een voldoende breed draagvlak uitgewerkt worden. De betrokken actoren schuiven al een aantal aandachtspunten naar voor. Het document noemt nu afsprakennota. Is er hierover al een inhoudelijk overleg geweest?

(Voor het bovenlokaal woonoverleg van 23 september werd Schepen De Reu afgevaardigd door het college. In het verslag van dat overleg lezen we “het SVK Domus Donsa was niet vertegenwoordigd op het bovenlokaal woonoverleg maar wenst alsnog een advies uit te brengen”.  Door wie zou het SVK moeten vertegenwoordigd zijn?)